Lerend vermogen van de zorg

De Gemeentelijke Groene Vink deed onderzoek naar gehanteerde declaratieformats door gemeenten. Ongeveer 70 tot 80 procent van de gemeenten is nog niet klaar voor het gebruik van de iWmo-berichtenstandaard. Dit leidt tot onnodige, tijdrovende en foutgevoelige administratieve verrichtingen.

Het artikel op Skipr kopte: “Gemeenten traag met uniforme berichtenstandaard”. En toen dacht ik, waar ken ik dat ook alweer van. O ja, de introductie van de nieuwe Vektisstandaarden. Eerst in de ziekenhuiszorg en later in de GGZ (DBC en DOT facturatie). Het spel werd toen voornamelijk gespeeld tussen zorginstelling en zorgverzekeraar. Er was toen ook sprake van een late adaptie van een standaard die nog teveel interpretatie toeliet voor cruciale fouten die menig zorgadministrateur of facturatiemedewerker tot wanhoop dreef. Met als gevolg dat zorginstellingen met een nagenoeg lege bankrekening zaten.

Niet alleen de vrijheid in interpretatie van de standaarden zijn overeenkomstig (softwareleveranciers luiden de noodklok over 18 verschillende formats van declaraties), maar ook de timing. Het is inmiddels april/mei en 70- 80 procent van de gemeenten is er nog niet klaar voor. Veel zorginstellingen worden voorgefinancierd en zullen dit nog niet in de portemonnee voelen, maar was als de voorfinanciering stopt?

Paraplyadministratie1000x664Verder kent de administratieve rompslomp van de iWMO ook vele bruggetjes naar de eerdere transities in GGZ en ziekenhuiszorg. In de GGZ en ziekenhuiszorg liet de informatievoorziening vanuit zorgverzekeraars over de afhandeling van verrekeningen nogal op zich wachten en er bestond hier onduidelijkheid over. Nu heeft elke gemeente de vrijheid om hun voorschotten en werkelijke facturatie met elkaar te verrekenen. Indien een zorginstelling dit niet vanaf het begin af aan goed administreert en flink een dossier opbouwt leidt dit tot veel onduidelijkheid en onnodige administratieve uitzoekwerk. Niemand zit hier (weer) op te wachten.

Blijkbaar is het lerend vermogen van de zorg, in brede zin, nog onvoldoende ontwikkeld, want de iWMO laat dezelfde verschijnselen zien als de Vektisstandaarden in de ziekenhuiszorg en GGZ. Met alle gevolgen van dien.

Het advies aan zorginstellingen is om je niet gek te laten maken. Zorg dat je voldoende investeert in een robuuste administratie. Zorg dat je de ontwikkelingen van je softwareleverancier goed monitort en zorg dat je pas na the-proof-of-concept  je systemen update en / of implementeert. Laat anderen de bugs er maar uithalen, focus eerst op het primaire proces. Ook zeker niet onbelangrijk; blijf in gesprek met de gemeenten. Zij worstelen met dezelfde transitie en vinden het ook lastig. Zij bevinden zich in een nieuwe werkomgeving en proberen zo snel en zo goed mogelijk hierop aan te passen. Maar juist in deze fase zijn de kansen op fouten en verkeerde keuzes groot. Wees een onderdeel van de oplossing en niet het slachtoffer van het probleem. Samen kom je het verst.

En dan nog over het lerend vermogen: er zijn genoeg professionals die verschillende transities meegemaakt hebben. Zij kennen de lessons learned uit de ziekenhuiszorg (DBC/DOT), GGZ (DBC), VVT (WMO) etc. Profiteer daarvan en zet dat in voor je organisatie. Ongetwijfeld zal er sprake zijn van “trial and error”, maar laat de basis goed zijn, dan kom je als beste uit de transitie.


Jeroen Schenk is managing partner van Cure4 en is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de professionals van Cure4 en de organisatie zelf. Met zijn  bedrijfskundige achtergrond en visie op de gezondheidszorg heeft hij diverse zorginstellingen geholpen in uiteenlopende functies zoals kwartiermaker bij een VVT instelling en projectmanager implementatie ziekenhuisinformatiesysteem .

©2018 Cure4 |

Nieuwsbrief | Disclaimer | Privacy Statement
Contact