Nieuw decennium, nieuwe kansen voor jouw GGZ of FZ-instelling!

613 woorden – 4 minuten lezen

Vanaf 1 augustus maakt de NZa de release bekend met wijzigingen voor de GGZ en FZ. We blikken alvast vooruit op de release en wat er gaat veranderen per 1 januari 2020. In deze blog staan we stil bij het zorgprestatiemodel zoals die nu in concept ligt ter vervanging van de DBC-systematiek.

Zorgprestatiemodel

De onvrede over de DBC-systematiek in de gespecialiseerde ggz (G-GGZ) en forensische zorg (FZ) heerst al geruime tijd. De meest genoemde ongemakken die de huidige financiering met zich meebrengt zijn de hoge administratieve lasten, het beperkte onderscheidende vermogen in zorgzwaarte en de ondoorzichtigheid voor patiënten. De roep om nieuwe financieringssystematiek is daarmee al lang aanwezig en een aantal initiatieven is door stakeholders uitgewerkt.

Clusteren, het zal me een zorg zijn!

Vorig jaar spraken we al in onze factsheet over het zorgclustermodel. Dit model, ontwikkeld door de NZa, was sterk ingegeven door de wens om financiering in de GGZ en FZ te baseren op de zorgbehoefte in plaats van de DSM-classificatie. Voordelen hiervan zouden zijn dat de zorgvraag van de patiënt meer centraal zou komen te staan en dat zorgproducten beter klinisch herleidbaar zouden worden.

Inmiddels is gebleken dat er onvoldoende draagvlak voor het zorgclustermodel is onder stakeholders. Uit de pilot is gebleken dat er fundamentele kritiek is op de inrichting van de clusters. Bovengenoemde voordelen van zorgvraag van de patiënt centraal stellen en betere klinische herleidbaarheid lijken niet behaald te worden. Binnen een cluster is een te grote diversiteit aan symptomen, patiëntkenmerken en zorgbehoefte mogelijk.

En nu dan?

Op 30 april jongstleden heeft de NZa, in samenwerking met veldpartijen een advies aangeboden aan de ministeries van VWS en J&V waarin ze pleiten voor het zorgprestatiemodel. Dit model zou in 2022 ingevoerd moeten worden. Daarbij dienen 2019 en 2020 als voorbereidingsjaren en 2021 als simulatiejaar.

Op hoofdlijnen bestaat het zorgprestatiemodel uit consulten, verblijfsprestaties, overige prestaties en een aantal toeslagen. Tijdsregistraties zijn met het zorgprestatiemodel verleden tijd en bronregistraties worden vereenvoudigd ondersteund door duidelijke regels. De patiënt kan zo beter zijn eigen nota beoordelen en administratieve lasten verminderen. Daarnaast zal er real-time inzicht zijn in zorguitgaven als de prestaties gekoppeld worden aan een dag en niet langer aan een traject van 365 dagen. Hiermee is ook omzet en schade inzichtelijker te maken. In de komende jaren biedt het zorgprestatiemodel ruimte verrijkt te worden met zorginhoudelijke elementen en de juiste typering van patiëntgroepen. De zorgvraagtypering wordt parallel aan het invoeren van het zorgprestatiemodel doorontwikkeld.

Wat vinden wij ervan?

De roep om een nieuwe bekostigingsstructuur in de GGZ en FZ heerst al geruime tijd. Het zorgprestatiemodel lijkt een mooie uitwerking van die roep te worden. Een van de mooiste aanpassingen in het nieuwe model is de normering van indirecte tijd in de consulten. Hierdoor komt meer nadruk op direct patiënt contact te liggen en kunnen administratieve lasten voor behandelaren verminderd worden. Bovendien vermindert dit strategisch declaratiegedrag op basis van gunstige minutengrenzen. Wel is het hierbij cruciaal dat bij het invoeren van het model niet alleen aandacht is voor het declaratie-aspect, maar ook voor een nieuwe zienswijze op het gebied van productiesturing. Op het moment is het schrijven van indirecte tijd een wezenlijk onderdeel van de declarabiliteit van een behandelaar. Het moet niet de bedoeling zijn dat het afnemen van het registreren van administratieve lasten leidt tot substantieel overwerk bij al overbelastte behandelaren.

Download de Factsheet RG20a

Wil je meer weten wat er voor jouw instelling verandert en hoe je kunt inspelen op deze wijzigingen?

Download dan nu de Factsheet RG20a!


Rogier Venhoeven

Cure Consultant

Rogier Venhoeven

Cure Consultant

©2021 Cure4 |

Cure4 is onderdeel van Tenzinger B.V. | Disclaimer
Contact