De nieuwe toepassingen van de Wvggz in de jeugdzorg die jij moet weten

944 woorden – 8 minuten lezen

De Wvggz (Wet verplichte GGZ) en Wzd (Wet zorg en dwang) zijn per 1 januari 2020 in werking getreden ter vervanging van de Wet BOPZ (bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen). Deze wetten maken het mogelijk verplichte zorg in te zetten voor enerzijds mensen met een verstandelijke beperking of dementie (Wzd) en anderzijds mensen met een psychiatrische aandoening (Wvggz).
Beide wetten kunnen ook worden toegepast binnen de zorgverlening vanuit de Jeugdwet, waarbij voornamelijk de Wvggz van toepassing zal zijn. Wij zetten de gevolgen voor de zorgaanbieders en cliënten in de jeugdzorg op een rij.

Gevolgen voor de zorgaanbieders

Er zijn een aantal belangrijke gevolgen voor jeugdzorgaanbieders in het kader van de Wvggz:

1.       Registratie openbaar register: Onder de Wet Bopz mocht alleen dwang worden toegepast in zorginstellingen waarbij de zorgaanbieder een Bopz-aanmerking toegekend kreeg van de minister van VWS. Hiervoor moest de zorgaanbieder aan een aantal criteria voldoen. De inspectie toetste vooraf of de aanbieder voldoet aan de gestelde criteria. Onder de nieuwe wetten vindt een dergelijke toetsing niet meer plaats. Wel moeten zorgaanbieders die verplichte en onvrijwillige zorg bieden zich laten registreren in een openbaar register.

2.       Toename administratieve lasten: Er wordt gewaarschuwd voor de enorme hoeveelheid administratieve lasten en bureaucratie die de wetgeving met zich mee brengt. Voor elke vorm van verplichte zorg is er meer voorwerk, meer vastlegging en meer overleg nodig. En daarnaast is het klachtrecht fors uitgebreid: van 5 klachtgronden in de BOPZ naar 24 in de nieuwe wetgeving. Bijna bij elk afzonderlijk ‘informatieproduct’ – en dat zijn er 47(!) – moet expliciet de subsidiariteit, proportionaliteit, doelmatigheid en veiligheid beschreven worden. Dit kost erg veel tijd!

3.       Aanpassingen Elektronische cliëntendossiers: Naast veranderingen in de praktijk heeft de wetswijziging ook invloed op de registratie in het dossier van de cliënt. Idealiter wordt het ECD zodanig aangepast dat het ondersteunend is aan het nieuwe proces, gegevens kan genereren die nodig zijn ten behoeve van overzichten over de verleende onvrijwillige zorg en actief kan signaleren op belangrijke termijnen binnen de Wvggz.

Met de Wvggz naar gedwongen behandeling

In de Wvggz staat de gedwongen opname van een patiënt in de jeugdzorg niet meer centraal. Er wordt gesproken van persoonsvolgende zorg. Hiermee is gevolg gegeven aan de aanbeveling om in de nieuwe wet de rechtspositie van alle psychiatrische patiënten in verschillende behandelomgevingen (thuis of in een psychiatrische instelling) te verbeteren. Met het loslaten van het locatiegebonden uitgangspunt (‘behandelen in de instelling’) worden in deze wet verschillende mogelijkheden van zorg beschreven.

De zorg kan bestaan uit:

  • Interventie (verzorging, behandeling);
  • Medische handelingen (zoals toediening van medicatie);
  • Pedagogische, vrijheidsbeperkende en therapeutische maatregelen;
  • Opname in een accommodatie;
  • Beperking van de bewegingsvrijheid;
  • Afzondering of separatie;
  • Beperking in het ontvangen van bezoek en post;
  • Toezicht op betrokkene;
  • Onderzoek aan het lichaam en controle op gedrag beïnvloedende aanwezige middelen.

Anders dan in de Wet BOPZ, waar de rechter zich slechts uitlaat over gedwongen opname, kan de rechter nu ook dwangbehandeling bij een minderjarige opleggen.

Gedwongen behandeling bij jongeren

Voor jongeren onder de 18 jaar maakte de Jeugdwet het al mogelijk om een behandeling onder dwang in te zetten. Dit kon alleen wanneer een jongere met een ‘machtiging gesloten jeugdzorg’ opgenomen was in een instelling voor gesloten jeugdzorg. En voor zover de behandeling noodzakelijk was om de met de jeugdhulp beoogde doelen te bereiken of voor zover dat noodzakelijk is voor de veiligheid van de jeugdige of anderen.

De mogelijkheden van toepassing van de Wvggz binnen de jeugdzorg zijn als volgt:

1. Wanneer één van de (toekomstige) ouders psychiatrische problemen heeft en daardoor niet in staat is om verantwoord te kunnen opvoeden. Of zelfs ernstig nadelig gedrag voor een (ongeboren) kind vertoont en op basis van de Wvggz verplichte zorg krijgt. Bij ernstig nadelig gedrag kan door de rechter (voorlopige) ondertoezichtstelling (OTS) worden opgelegd om de bedreigingen weg te nemen. Het betekent dat de ouder verplichte hulp en steun krijgt om de bedreigingen in de ontwikkeling van het kind weg te nemen. De jeugdzorg houdt daar toezicht op en toetst of het kind veilig opgroeit.

2. Per leeftijdscategorie verschilt de werkwijze. Onder de 16 jaar wordt een kind niet als bekwaam gekenmerkt om zelfstandig beslissingen te nemen die horen bij het toepassen van verplichte zorg. Een vertegenwoordiger, meestal de ouders of eventueel een voogd, neemt deze beslissing. Indien zij hieraan niet mee willen werken dan moet de zorgverantwoordelijke (behandelaar/Psychiater) een verzoek voor een mentorschap indienen bij de rechter. In de praktijk is de verwachting dat (net zoals nu onder het Bopz regime) er op dat moment vaak ook de route (V)OTS wordt ingezet of al loopt, omdat veilig opgroeien in deze situatie in het geding is (op grond van de Wvggz).
Vanaf 16 jaar geschiedt de behandeling voor psychiatrische problematiek in eerste instantie vrijwillig, zoals dat volgens de Jeugdwet geregeld is. Indien de cliënt geen zorg wil, maar anderen (de ouders of de hulpverleners) dat wél nodig vinden, dan kunnen zij proberen dat af te dwingen via het meldpunt Wet verplichte ggz Melding psychische hulp (Wvggz). Net als volwassenen mogen jongeren van 16 en 17 jaar een vertegenwoordiger machtigen. Zowel de vertegenwoordiger(s) als de jongere moeten dan worden gehoord als er een crisismaatregel in zicht is.

Het standpunt ten opzichte van onvrijwillige zorg is “Nee, tenzij…”. De wet schrijft een stappenplan voor welke zowel intramuraal als extramuraal toegepast moet worden om onvrijwillige zorg (enkel als geen enkele lichtere interventie past en er daadwerkelijk hoog risico is) in te zetten.

Toezicht door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

De inspectie heeft de wettelijke taak om toezicht te houden op de naleving van beide wetten en wil met haar toezicht bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van beide wetten, waaronder het terugdringen van dwang in de zorg, het verhogen van de kwaliteit van (gedwongen) zorg en het versterken van de rechtspositie van cliënten.

Voo de eerste periode na de inwerkingtreding van de wetten zal de inspectie de volgende uitgangspunten hanteren in haar toezicht:
• Blijvend aandacht voor risico’s
• Toezicht op onvrijwillige en verplichte zorg als een integraal onderdeel van het toezicht op kwaliteit en veiligheid van de zorg
• Signaleren, agenderen en stimuleren
• Gegevens benutten voor breder beeld van dwang in de zorg

We adviseren je graag over registratie openbaar register, administratieve lasten of de aanpassingen in het Elektronisch cliëntendossiers.

Contact opnemen

Sanne Kuyvenhoven

Consultant Care

Sanne Kuyvenhoven

Senior Consultant Care

©2021 Cure4 |

Cure4 is onderdeel van Tenzinger B.V. | Disclaimer
Contact