Na vakantie in thuisquarantaine?

De zomervakantie komt eraan en veel mensen willen op vakantie gaan. Maar wat als je medewerkers naar het buitenland op vakantie gaan? En wat als een medewerker in thuisquarantaine moet?


Als je medewerkers thuis kunnen werken, dan moeten zij dit ook doen tijdens de periode van thuisquarantaine. Dan is er recht op loondoorbetaling. Als je medewerkers niet kunnen thuiswerken en in quarantaine moeten, omdat de medewerker zelf of een huisgenoot klachten heeft, dan is er ook recht op loondoorbetaling.


Wanneer is er dan geen recht op loondoorbetaling?
Er is geen recht op loondoorbetaling als je medewerker op een buitenlandse reis gaat en de medewerker niet zo snel mogelijk teruggekomen is nadat het reisadvies is veranderd waarin staat dat thuisquarantaine bij thuiskomst verplicht is. Ook als de medewerker op reis gaat naar het buitenland waarvoor al een reisadvies bestaat dat de medewerker na terugkomst in thuisquarantaine moet.


Advies: Bespreek samen met je medewerkers hoe de organisatie omgaat met buitenlandse reizen, hierbij kan onder andere gedacht worden aan de loondoorbetaling of het teruggeven van niet genoten verlofdagen. Maar denk ook aan de eventuele stuwmeren die opgebouwd worden omdat medewerkers geen verlof willen nemen tijdens de coronacrisis.


Lees meer hierover op de website van de Rijksoverheid.

Ouderschapsverlof 9 weken deels doorbetaald

Het kabinet wilt dat mensen meer ruimte krijgen om te kiezen hoe ze werken en zorgen willen combineren. Dit is al langere tijd bekend, maar recent heeft het kabinet een derde stap genomen in de verlofregelingen voor ouders van jonge kinderen. Zij krijgen vanaf augustus 2022 negen weken van het ouderschapsverlof deels doorbetaald. Hiermee wilt het kabinet het aantrekkelijker maken voor ouders om het ouderschapsverlof daadwerkelijk op te nemen.


Klik hier om het hele nieuwsbericht te lezen.

RVU-drempelvrijstelling vanaf 2021

Met ingang van 1 januari 2021 heeft er een verandering plaatsgevonden in de loonheffing dat belangrijke gevolgen heeft voor regelingen voor vervroegd uittreden (RVU’s).
Tussen 1 januari 2021 en 31 december 2025 mogen werkgevers aan oudere werknemers, die 36 maanden of minder van hun AOW-leeftijd zijn verwijderd, uitkeringen uit hoofde van een RVU doen en geldt een wettelijke, fiscale drempelvrijstelling. Dit is een bedrag van maximaal € 1.847 per maand, en dus € 66.492 voor 36 maanden.

Voorwaarden voor gebruikmaking van deze regeling:

• De uitkering volgens de RVU-regeling kent de werkgever toe in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer. Gaat de uitkering minder dan 36 maanden vóór de AOW-leeftijd in, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden.
• De werkgever berekent het bedrag van de drempelvrijstelling per maand.
• De werknemer heeft uiterlijk 31 december 2025 de leeftijd bereikt die (maximaal) 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt.
• De RVU-drempelvrijstelling is maximaal het bedrag dat gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen, dat geldt op 1 januari van het jaar van de uitkering. Dit is het bedrag na vermindering van loonbelasting en premie volksverzekeringen. (netto € 1.218,19 dat is € 1.847,00 bruto)

Klik hier om het hele nieuwsbericht te lezen.

Lees ook de Handreiking voor de interpretatie van het begrip “Regeling voor vervroegde uittreding”.

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021

Het minimumloon wordt twee keer per jaar aangepast, per januari en per juli. In de onderstaande tabel wordt het minimumloon wat geldt vanaf 1 juli 2021 weergegeven. Let op: voor BBL-leerlingen kan er een lager minimumloon gelden. Dit lees je in het rechterblok.







Lees meer hierover.

Wettelijk minimumloon BBL per 1 juli 2021

Iedere werkende heeft recht op het minimumloon, maar voor jongeren ligt dat lager. De hoogte daarvan hangt niet alleen af van je leeftijd, maar ook van je werk: of dat plaatsvindt op een normale werkplek of op een leerwerkplek. Doe je een mbo-opleiding op basis van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), dan werk je vaak 60 tot 80 procent van je studietijd bij zo’n leerbedrijf. Voor 18- tot 20-jarigen geldt in dat geval een lager minimumjeugdloon dan voor andere jongeren. Dit heeft de overheid besloten omdat het aantal leerwerkplekken minder wordt. Doordat het minimumloon hier lager ligt, is het voor de verstrekker van de praktijkleerovereenkomst (de werkgever) interessant om toch een leerwerkplek aan te bieden. Let wel op, in de cao kunnen afwijkende afspraken zijn vastgelegd.


Lees meer hierover.

Inschrijven voor de nieuwsbrief

Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief en je bent altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

Ik wil op de hoogte blijven!


©2021 Cure4 |

Cure4 is onderdeel van Tenzinger B.V. | Disclaimer
Contact